Nemen, pakken; volledig neutraal. Coger el bus = de bus nemen.
Embarazada = zwanger. Nooit = beschaamd (valse vriend).
Geslachtsgemeenschap hebben. Vulgair.
Nummer of ritme dat de dansvloer doet ontbranden; urban merengue.
In straattaal: iemand verbaal aanvallen of steken onder water geven (vaak in liedjes).
Katapult, slinger.
Fout of misstap bij het spreken van Spaans.
Fouten maken in het Spaans, grammaticale blunders maken.
Landgoed waar landbouwproducten worden verwerkt
Bijgerecht bij een gerecht.
Periode van het jaar met veel regen; regenseizoen.
Hoogste gezag van een dorp; traditionele leider.
Traditionele Afrikaanse trommel.
Betonnen stoeprand die de rijbaan van het trottoir scheidt.
Gloeilamp.
Schooltas of rugzak.
Stoep, trottoir
Vogelpoep; drek
Onzin, flauwekul, iets waardeloos.
Balpen, pen.
Gierig, krenterig
Baan bij de overheid of openbare dienst
Engelse sleutel, verstelbare moersleutel
Verplicht